Print Friendly Logo
PrintClose

De bereiding van chocolade

Dossier
Dossier
Het pedagogische dossier dat u hier kunt downloaden, wil leerkrachten van de lagere school helpen om het bezoek aan de Chocoladetempel van Côte d’Or goed voor te bereiden. Daarnaast behandelen we ook enkele aanverwante onderwerpen en stellen we creatieve oefeningen voor die de leerkracht met de leerlingen kan uitvoeren.

Er was eens… de oorsprong van de cacaocultuur

Mexico
Mexico

De Maya’s

De Maya’s leefden in Yucatan, een enorm schiereiland tussen Mexico en Guatemala. Hun beschaving domineerde een wijd imperium en bereikte zijn hoogtepunt rond de zevende eeuw. De Maya’s waren de eerste, echte cacao-telers omstreeks, het jaar 600.
De vrucht van de cacaoplant bevat pitten, de cacaobonen, die na het drogen lange tijd bewaard kunnen worden.
Met deze bonen bereidden de Maya’s een bittere drank, de “TCHOCOATL”, die niet erg veel met de huidige chocolade te maken had. Daarvoor kookten ze de fijngestampte bonen, samen met peper- en paprikapoeder. Om het te doen schuimen, mengden ze het brouwsel flink dooreen.

De schitterende beschaving van de Maya’s kwam rond de negende eeuw tot een einde, waarschijnlijk door het schraler worden van de landbouwgrond.
Bereiding van de Tchocoatl door de pre-Columbianen
Bereiding van de Tchocoatl door de pre-Columbianen
De Tolteken

Daarna namen de Tolteken de cacaoteelt over. De Tolteken (800-1100) kwamen uit Noord-Amerika en vestigden zich in de vallei van Mexico. Ze hadden een grote verering voor de cacaoboom, “de Boom van het Paradijs”, en voor hun Goddelijke Koning Quetzalcoatl, beter bekend als de “Gevederde Slang”. Hun beschaving roept nog steeds sterke herinneringen op, die soms als waarheid, soms als mythe worden geïnterpreteerd.
Quetzalcoatl
Quetzalcoatl
Quetzalcoatl

Quetzalcoatl stond aan het hoofd van de Tolteken. Hij werd door hen gerespecteerd en bemind. Hij vestigde zich in het noorden van Mexico. De legende wil dat Quetzalcoatl de grote meester van de cacao was. Zelf had hij in de verlichte velden van de zonen van de zon een aantal cacaoplanten weten te bemachtigen. Vervolgens leerde hij de mensen de planten te telen en Tchocoatl te bereiden: een goddelijke drank die kracht en gezondheid schonk. Een tovenaar wendde echter zijn toverkunsten aan om de Gevederde Slang krankzinnig te maken en hem te verjagen.
Quetzalcoatl scheepte dan in op een vlot van gevlochten slangen, maar voor hij verdween, beloofde hij te zullen terugkomen in het jaar dat in het teken zou staan van de “ce-acatl” (riet). Dan zou hij opnieuw de controle over zijn rijk overnemen.
De Tolteken bleven hem vereren en in zijn naam “Tchocoatl” bereiden. Ook in de tijd van de Azteken werd hij nog vereerd.